De unieke botanische tuin van Leeuwenhorst

Sjieke verzamelwoede

Je zou kunnen zeggen dat biodiversiteit een hot item was in de 17e eeuw. Met de scheepsreizen kwam het besef dat in die verre landen een veelheid aan onbekende planten groeide. De Leidse Hortus werd gesticht en gevuld met meegebrachte soorten, en botanici begonnen met inventariseren en categoriseren. Begin 17e eeuw groeide de collectie van ruim 1.000 tot meer dan 3.000 soorten. Het bracht ook de Hollandse elite inspiratie voor een nieuwe liefhebberij: tuinieren. Bij de vele buitens in de kuststrook achter de duinen legden ze fraaie tuinen aan, compleet met kassen en oranjerieën om ook hun schatten uit de tropen een goed klimaat te bieden.
Hortus Botanicus in Leiden, plattegrond 1610
Gasper Fagel (1634 - 1688)

Een exclusieve collectie exotische planten

Een wereldberoemde collectie werd verzameld door Gaspar Fagel, die als raadpensionaris van Holland en West-Friesland een van de belangrijkste politici van zijn tijd was. In zijn vrije tijd was hij een gepassioneerd plantenliefhebber en verzamelaar. 

In Noordwijkerhout liet hij het voormalig klooster en buitenplaats Leeuwenhorst verbouwen. Vanaf 1681 creëerde hij er een van de beroemdste tuinen van Holland. Fagel verzamelde zeer exclusieve planten uit overzeese gebieden in Azië, Afrika en de Amerika’s. Via kwekerijen in Nederland en Engeland vulde hij zijn collectie verder aan.

De Codex Regius Honselaerdicensis

Er is nog veel bekend over deze plantenverzameling. Van ruim 250 soorten weten we dat ze in Fagels collectie zaten. Verschillende botanici vermeldden in hun boeken en reisverslagen planten uit de ‘Caspari Fageliano Horto’. Vanaf 1685 maakte de schilder Stephanus Cousyns op Leeuwenhorst 97 fraaie aquarellen van planten. Het was een opdracht van koning-stadhouder Willem III, waarschijnlijk bedoeld als cadeau voor Gasper Fagel. Maar toen deze in 1688 overleed was het werk nog niet voltooid. Willem III hield de aquarellen zelf en liet ze bundelen met een nieuw  schutblad. Het boek werd bekend als de Codex Regius Honselaerdicensis, naar de door hem geërfde buitenplaats Honselersdijk. Later is de Codex in Italië beland. Hij wordt bewaard in de Bibliotheca Nazionale Centrale Firenze.
Leeuwenhorst in 1732

Alleen voor een select gezelschap

Fagels tuin kende maar een kort leven, maar de uitzonderlijke collectie exoten was al snel wereldberoemd. De meeste gasten op Leeuwenhorst kregen de bijzonderste planten overigens niet te zien. Dat exclusieve voorrecht was voorbehoden aan een select gezelschap toonaangevende botanici. Op oude kaarten is een gebouw met extra ommuring te zien, vermoedelijk was dit de oranjerie of kas voor de meest zeldzame tropische gewassen. Na Fagels dood verwierf Willem III ook vrijwel de hele collectie planten. Deze werd overgebracht naar Engeland, waar zijn echtgenote koningin Mary de paleistuinen van Hampton Court beheerde. Na haar dood ging bijna de hele collectie snel verloren. Maar bijzonder genoeg zijn in het Sloane herbarium van het National History Museum nog altijd 14 van de originele planten te bewonderen.

In Noordwijkerhout leeft de naam Leeuwenhorst nog voort, maar van het klooster en de latere buitenplaats is vrijwel niets bewaard gebleven. Op deze locatie staat nu de boerderij Oud-Leeuwenhorst. Stichting Het Zuid-Hollands Landschap beheert er een natuurgebied. 

Meer over Fagel en Leeuwenhorst:
Caertboeck van Rynland (1615)